Aan de leden van de gemeenteraad van Den Haag

Den Haag, 7 april 2014
 
Zeer geachte leden van de raad,
 
Op 29 maart jl. heb ik u geïnformeerd over mijn eerste bevindingen van de verkenning die ik na de gemeenteraadsverkiezingen ben gestart. Daarin heb ik aangegeven mijn verkenning te vervolgen op basis van de in die brief geformuleerde uitgangspunten om uiteindelijk te komen tot beantwoording van de vragen die in mijn opdracht zijn geformuleerd. In deze brief rapporteer ik u over de resultaten tot nu toe.


 

 
Ik heb in de afgelopen week met alle partijen een tweede gesprek gevoerd, met uitzondering van de Partij van de Eenheid. Deze partij heeft aangegeven niet van de uitnodiging gebruik te maken omdat zij voor zichzelf geen rol ziet in een college van Burgemeester en Wethouders en de partij voorstellen van een college vanuit de eigen opvattingen zal beoordelen. Met de andere dertien partijen is besproken wat er in een politiek akkoord ten aanzien van de
belangrijkste opgaven van de stad aan de orde zou moeten komen. Ook is verkend wat naar het oordeel van de partijen potentiele samenwerkingspartners zijn.
 
Bouwstenen voor een politiek akkoord
Om tot politieke afspraken te komen is in de gesprekken aangegeven dat het van belang is de sterke krachten van de stad Den Haag te onderkennen en de vele goede resultaten die zijn bereikt. Dat bepaalt ook in belangrijke mate de kansen voor de toekomst.
Den Haag heeft in de afgelopen jaren haar sterke onderscheidende profiel versterkt. Den Haag is een internationale, gastvrije en dienstverlenende stad met een sterk eigen karakter en met een rijke historie. Dat karakter, gecombineerd met de unieke geografische positie in de Randstad bepaalt in belangrijke mate de kansen voor de toekomst.
 
De uitdagingen zijn groot. Het aantal banen is afgenomen en de (jeugd-)werkloosheid is substantieel groter dan het landelijk gemiddelde. Verdere bezuinigingen op de rijksoverheid hebben gevolgen voor de werkgelegenheid in de stad. Maatschappelijke en economische veranderingen vragen een gezamenlijke visie als koers voor de stad, een uitgewerkte visie die wordt gedragen door overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen. Dat is de opgave voor de nieuwe bestuursperiode.
 
Diverse partijen hebben aangegeven dat de lokale overheid alleen effectief kan zijn door betrokkenheid en samenwerking met mensen en organisaties in de stad. Een belangrijke voorwaarde is daarbij dat in de verhouding tussen het college van Burgemeester en Wethouders en de gehele gemeenteraad ruimte is om inbreng te leveren voordat beleid wordt bepaald en uitgevoerd. Dat stelt eisen aan een open omgang met elkaar, met respect voor
elkaars verantwoordelijkheden en rollen. Het is gewenst over het samenspel en wat dat voor een ieder betekent aan het begin van de nieuwe bestuursperiode concrete afspraken te maken. Ik heb de fractievoorzitter van de grootste fractie in de gemeenteraad gevraagd hierover in overleg met de andere fracties een aanzet te maken.
 
Partijen hebben zich in algemene bewoordingen uitgelaten over de te maken afspraken met betrekking tot de economische opgave waar de stad voor staat. De economisch structuur moet worden versterkt. Naast de grotere (internationale) organisaties is ruimte nodig voor het midden- en kleinbedrijf, lokaal ondernemerschap met duurzaamheid als kracht voor de stad.
De kansen voor Hagenaars op werk en een eigen inkomen moeten worden vergroot. De gemeente heeft hierin een rol. De wijze waarop de gemeente werkgelegenheid kan stimuleren vraagt nadere uitwerking. Dat geldt tevens voor de verbinding met het onderwijs.
 
Ook met betrekking tot het decentralisatieproces in het algemeen en de zorg in het bijzonder zijn door velen opmerkingen gemaakt. De bezuinigingen op de zorg die gepaard gaan met de decentralisaties zullen fors zijn en hebben gevolgen voor de mensen die er gebruik van maken. Nadere afspraken zijn nodig in hoeverre de gemeente een 'zachte landing' van deze bezuinigingen kan organiseren. In de gesprekken zijn enkele projecten aan de orde geweest die variëren in de mate waarin ze reeds in uitvoering zijn en de mate van betrokkenheid van de gemeente. Ik heb kennis genomen van de brief van de betrokken wethouders van 3 april jl. over de voortgang van het project Spuiforum. Zoals ik schreef in mijn brief van 29 maart jl. is er geen sprake van een blanco situatie. Teneinde mij mijn werk te kunnen laten doen ga ik er echter van uit dat een pas op de plaats wordt gemaakt met betrekking tot de in de brief van de wethouders beschreven werkzaamheden, zodat het verkenningsproces niet onnodig wordt belemmerd.

Ik heb tevens kennis genomen van de aankondiging van een vergadering van de gemeenteraad hierover op donderdag 10 april aanstaande. Ik verzoek de leden van de gemeenteraad in die vergadering in hun bijdrage eveneens rekening te houden met het lopende verkenningsproces dat er op gericht is tot samenwerking en overeenstemming te komen. Dat is onze taak na de verkiezingen. Ik wacht het verloop van uw vergadering van donderdag af.
 
Samenwerkingspartners
De gemeenteraad van 45 leden bestaat uit 14 politieke fracties, variërend in grootte van 1 tot 8 zetels. Er is tot nu toe in het verkenningsproces sprake van terughoudendheid bij verschillende partijen om concreet inzicht te geven in de bandbreedte waarbinnen men bereid is tot compromissen te komen, totdat helder is wie eventuele samenwerkingspartners zijn en ook zicht bestaat welke compromisbereidheid er bij anderen is. Ik constateer dat er in deze fase van de verkenning geen duidelijke voorkeurscombinatie door partijen is genoemd.
 
Tijdens de gesprekken zijn wel enkele criteria duidelijk geworden die partijen in samenhang hanteren bij hun voorkeur voor samenwerkingspartners. In de eerste plaats is dat het feit dat enkele politieke partijen relatief veel winst hebben geboekt. Tegelijkertijd is de numerieke grootte van een partij relevant, ongeacht het geleden verlies. Uiteraard speelt de inhoudelijke
programmatische vergelijking een rol, maar ook de compromisbereidheid in het licht van de noodzaak tot samenwerking. Daarnaast is een belangrijke factor de mate waarin een partij bij kan dragen aan de stabiliteit van het stadsbestuur. Dan gaat het om stabiliteit van de samenwerking in een college van Burgemeester en Wethouders en om een stabiele bijdrage vanuit de betrokken fractie en politieke partij. Voorts wordt de bestuurlijke stabiliteit van het
stadsbestuur ook bepaald door de omvang van de meerderheid in de gemeenteraad van die partijen die de basis vormen van de samenwerking.
 
Mede op grond van de hierboven genoemde overwegingen zijn door partijen potentiële samenwerkingspartners genoemd. De volgende partijen zijn tijdens de verkenning in dat verband meerdere keren genoemd: D66, PvdA, Haagse Stadspartij, VVD, CDA, Groep de Mos/ OPDH, SP en CU/SGP. Daarom zal ik vooralsnog met hen de gesprekken vervolgen. Dit betekent niet per definitie dat deze partijen of een selectie van deze partijen de uiteindelijke samenwerkingspartners zullen zijn. Andere partijen kunnen mogelijk in een vervolgfase worden uitgenodigd.
 
Met de genoemde partijen zal ik de verkenning verdiepen. De vervolggesprekken zullen worden gericht op de totstandkoming van een politiek akkoord en op de keuze van samenwerkingspartners. Dat zal gebeuren langs de inhoud van deze brief en aan de hand van aandachtspunten die alle partijen tot nu toe in het verkenningsproces hebben ingebracht.
 
Ik hoop u hiermee voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd.
 
Met vriendelijke groet,
 
wg
 
Han Polman



x

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Over ons

Werkgroep Dooievaar

 

Alles over de Werkgroep

Volg ons

Op Facebook en Twitter