Raadsvoorstel: technische vragen

Op vrijdag 3 oktober heeft de gemeente een enorme stapel stukken geproduceerd op basis waarvan ze het Spuikwartier AKA Spuiforum wil aanbesteden. Dooievaar+ produceerde een kleine 100 technische vragen en speelde die door aan alle raadsfracties met het verzoek deze aan het College voor te leggen...


Het is groot, het is geel en het heeft niets te maken met de Haagse binnenstad... Binnenkort willen we hier met je delen hoe we hier tegenaan kijken. Is dit de 'leuke gordiaanse knoop' waar de binnenstad het Spuikwartier intrekt? Alle stukken kan je vinden op de navolgende link: http://www.denhaag.nl/home/bewoners/gemeente/document/Kaders-en-kredietaanvraag-gebiedsontwikkeling-Spuikwartier.htm

 

Hieronder tref je de lijst van inhoudelike, technische vragen die werkgroep DOOIEVAAR+ heeft opgesteld voor de raadsleden. Hen wordt namelijk van alles op de mouw gespeld. Zware kost, maar een illustratie van het zwarte gat waarin de stad wordt gedreven door het slappe compromis van dit college!


Geachte raadsleden!
bijgaand ontvangt U het eerste en tweede deel van onze Technische Vragen over Kaders en Kredietaanvraag Spuikwartier.

U begrijpt dat we vurig hopen dat u de relevantie van de vragen inziet en dat U deze doorzet naar ons College.
We zien elkaar bij de commissiebehandelingen en Raadsbehandeling!

Werkgroep Dooievaar+

TECHNISCHE VRAGEN EERSTE HELFT ALS VERZONDEN OP 7 OKTOBER

1. Dit Raadsvoorstel maakt gebruik van de vrijheden die de vorige raad heeft gegeven aan het College om de uitvoering van het Spuiforum te begeleiden. Invloed van Raad was beperkt tot de vaststelling van het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning en de tussentijdse GRIP behandeling.
Na de spraakmakende gemeenteraadsverkiezing liggen de kaarten daadwerkelijk anders.
Nu sprake is van een totaal gewijzigde planopzet met een breder programma (wonen, commerciëel), een andere locatie (Ministerie van jJustitie inbegrepen), een gewijzigd programma van eisen met een gewijzigde omvang voor het het cultuur- en onderwijscomplex, een geboiedsontwikkeling, te wijzigen overeenkomsten met partijen mbt parkeren, gunning én een te wijzigen bestemmingsplan vragen we het College een procedurevoorstel te doen waarbij de Raad een reguliere rol toebedeeld krijgt als ware dit een nieuw groot project waarbij met name zicht op de exploitatie en aanbestedingsrisicoos voor de gemeente telkens inzichtelijk worden gemaakt. Kan het bestuur aangeven van welke aard de gesuggereerde tijdsdruk is wanneer die het proces alleen maar lijkt te schaden?

2. Hoe wordt de stad tzt betrokken bij de ontvangen gebiedsvisies?

raadsvoorstel

1. Op pagina twee schrijft College dat de aangeleverde kaders de basis vormen voor de integrale aanbesteding voor de gebiedsontwikkeling Spuikwartier. Verderop wordt gesproken over de aanbesteding voor een DBM kontrakt voor een 'onderwijs-cultuur-coompleks' met een 'gebiedsvisie'. Is hier wel sprake van een integrale aanbesteding voor gebiedsontwikkeling of gaat het niet eenvoudigweg om het gebouw, en zo ja, hoe ziet het College dit tegen het licht van het Coalitie-accoord.

2. Op pagina twee wordt gesteld dat 'we' veel meer gaan doen dan een gebouw ontwikkelen. Kan het College in de bijlagen aangeven waar dit te vinden is anders dan een opsomming van andere projecten met hun eigen dynamiek ('Rode Loper' enz).

3. Kan het College een inhoudelijke toelichting geven wat in dit geval onder gebiedsontwikkeling wordt verstaan nu zowel het programma als de stedenbouwkundige randvorowaarden enkel en alleen betrekking hebben op het cultuur- en onderwijscomplex als voltooing van het project Wijnhaven?

4. Hoe kan het College nu al weten dat de marktpartijen een oplossing hebben voor het 'nu al in ontwikkeling brengen van het leegstaande ministerie van Justitie'? Hoeveel extra middelen heeft U hiervoor gereserveerd?

5. Hoe wordt het restant boekwaarde van het voormalig Ministerie van Justitie worden gedekt? Is het College het met ons eens dat de gewenste versnelling alleen kan worden behaald door het gebouw te herbestemmen voor de onderwijsfunctie KC.

6. Heeft het College met Heijmans als eigenaar van het ontwikkelrecht voor het leegstaande Ministerie van Justitie de mogelijkheden verkend om het gebouw direct te herbestemmen tbv het KC?

7. 'Door de keuze van een nieuw plan op basis van integrale aanbesteding zorgt het College voor een goedkoper cultuur- en onderwijscomplex dan bij het vorige plan' (pag. 2) . Waar is deze aanname van het College op gebaseerd en is dit met een second opnion gestaafd?

8. Volgens pagina 9 is het zo dat het consortium uitsluitend ontwerp- bouw- en onderhoud van het cultuur- en onderwijscomplex bemachtigt en de bijbehorende, gekozen, gebiedsvisie afstaat. Heijmans gaat de in die gebiedsvisie opgenomen commerciële programma realiseren in beginsel. Wat is de commerciële opbrengst waarmee nu wordt gerekend, is deze gestaafd door een second opinion als reality-check, welke zekerheden cq risicoos zijn er voor de gemeente dat dit gerealiseerd wordt?

9. Bent U het met ons mee dat er onder de huidige omstandigheden voor een commerciëel programma dat geen bedreiging voor andere commerciële functies mag zijn, tot na 2022 braak blijft liggen

10. Nu het College besloten heeft het voormalige Ministerie van Justitie te strippen van haar gevels is het dus denkbaar dat tot 20122 een fluitende ruïne zonder gevels in het hart van de stad staat met alle negatieve impact daarvan. Kan het College aangeven hoe ze dit risico heeft verwerkt in haar cijfers?

11. Heijmans krijgt tot en met 2022 de kans om het commerciële deel te ontwikkelen. Mocht dit niet lukken dan gaat de gemeente een andere marktpartij selecteren. Welke boetebeding is hiervoor afgesproken? Welke risico-analyse heeft de gemeente hiervan voorbereid om dit besluit te staven?

12. Is het denkbaar dat Heijmans niet mee mag doen met de aanbesteding? Hoe is Heijmans betrokken bij de beoordeling van de ingebrachte gebiedsvisies?

13. Wat mag voor de stad worden verwacht van de op te stellen 'gebiedsvisies' voor het commerciële deel wanneer de opstellers niet verantwoordelijk, noch risicodragend zijn voor de realisatie ervan?

14. In het project zijn middelen beschikbaar om de openbare ruimte aan te kleden. Valt het maken van een ontwerp en materialisering van deze civieltechnische werkzaamheden onder de 'gebiedsvisie' en onder de werkzaamheden van het cultuur- en onderwijscomplex?

15. Bij de stadsgesprekken is voorgesteld om het huidige gebouw van het KC onderdeel te laten zijn van het aanbestedingsdossier omdat daarmee de druk op het programma, de plek en de financiën meervoudig opgelost kan worden –temeer omdat de gemeente als toekomstig eigenaar nog geen bestemming heeft voor dit gebouw en de locatie. Kan het bestuur aangeven waarom deze suggestie niet waardevol zou zijn om over te nemen, en welk belang zij zou schaden?

16. Op pagina 4 van het raadsvoorstel heeft het College de bebouwingsenveloppe weergegeven. Is het College zich ervan bewust dat het profiel van de massa afwijkt van de door de Raad vastgestelde Agenda voor Haagse Verdichting waar de Raad terugkomt op de afnemende bebouwingshoogte langs het Spui en deze anders vaststelt?

17. Voor het massaprofiel van het bestemmingsplan Spuikwartier 2013 is een voorlopige voorziening aangevraagd door een 50-tal omwonenden en de Vereniging Vrienden van Den Haag, ondersteund met rapporten van deskundigen. Nu het college gebruik wil maken van dit aspect van het bestemmingsplan zal de Voorlopige Voorziening opnieuw moeten worden geagendeerd bij de Staatsraad. Deelt het college die juridische onderbouwing en waarom niet? Hoe ziet de gemeente dit risico voor betrokken marktpartijen en planning?

18. Kan het College een second opinion overleggen die haar stelling ondersteund dat de 'eisen' van het programma voor culturele en commerciële bestemmingen de financiële haalbaarheid borgt?

19. Kan het College aangeven waarom geen welstandscriteria mbt stedelijk panorama/stadssilhouet, ontwerp en materialisering van het cultuur- en onderwijscomplex zijn meegegeven als vastgelegd in Welstandsnota en -verordening?

20. Kan het College aangeven hoe ze denkt inzendingen te toetsen op aspecten als hoogbouw, architectuur en harmonische inpassing nu geen concrete toetsingscriteria zijn benoemd?

21. MER beoordeling worst-case scenario: is de toename van het programma van 7000 m2 inbegrepen in de MER beoordeling of rechtvaardigt dat een herziene versie hiervan?

22. Op pagina 7 lezen we dat de parkeergarage onder de theaters en hotel zijn verworven door de gemeente. Het lijkt alsof de gemeente de hoofdprijs heeft betaald en die te zijner tijd moet terugverdienen wanneer de garage weer naar de markt wordt gebracht. Kan het College aangeven op welke wijze deze risicoos zijn afgedekt, hoe de exploitatie hiervan is geregeld in de toekomst en of er voorwaarden zijn gekoppeld aan de wijze van exploitatie/teruglevering?

23. Kan het College aangeven op welke wijze de consortia uitsluitsel kunnen geven over gebruik en exploitatie van de parkeergarages in het gebied?

24. De fietsenstaling bij Utrecht CS voor 6000 fietsen kostte 48 miljoen €. Dat is €4000/stallingsplek. Hoe kan de gemeente staven dat ze dat in dit vergelijkbare geval voor 900€/stallingsplek kan voor slechts 900 plaatsen? Wie wordt de beoogde exploitant en wat is het daarvan het exploitatiemodel zodat de stalling gebruikt gaat worden?

parkeren

1. Voor het parkeren lijken de uitgangspunten voor het bestemmingsplan Spuikwartier 2014 gebruikt. Op dat punt is een voorlopige voorziening aangevraagd door een 50-tal omwonenden en de Vereniging Vrienden van Den Haag, ondersteund met rapporten van deskundigen. Nu het college gebruik wil maken van dit aspect van het bestemmingsplan zal de Voorlopige Voorziening opnieuw worden geagendeerd bij de Staatsraad. Deelt het college die juridische onderbouwing en waarom niet.

2. In het raadsvoorstel is opgenomen op pagina 7 dat een nieuw bestemmingsplan tzt een uitbreiding van de parkeergarage onder het Spuiplein zal bevatten. Maar in het projectdocument Gebiedsontwikkeling staat op pagina 17 ev omstandig toegelicht hoe de enorme tekorten aan parkeerplaatsen (320 plaatsen) kunnen worden verontachtzaamd door ofwel gebruikseisen te stellen die direct van invloed zijn op expliteerbaarheid cq afzetbaarheid ofwel door de normen nogmaals verder omlaag te schroeven. Is het college zich bewust van het feit dat hier een grote onduidelijkheid mbt het exploitatiemodel cq de handhaafbaarheid van de beperkte exploitatie ontstaat en zo nee waarom niet. Is het college zich bewust van de gebruiks-chaos die dit precedent zal veroorzaken.

3. Maakt realisatie van genoemde garage onder het Spuiplein deel uit van het cultuur- en onderwijscomplex dat goeddeels de parkeervraag voor zijn rekening neemt? Kan het College een reality check overleggen op de realisatie ervan?

4. Tenslotte, waarom stelt het college in het raadsvoorstel onderaan pagina 7 dat de kosten- en opbrengsten-ramingen in het recent openbaar gemaakte Bedrijfsplan 2013 van de stichting DMC geen aanpassing behoeven terwijl ze stelt dat het tekort aan parkeerplaatsen direct van invloed is op de exploiteerbaarheid van de commerciële functie?

5. Eén van de resultaten van de uitvraag is een opzet voor 'het gebouw' voor culturele en educatieve functies. Is het College met ons van mening dat het Bedrijfsplan 2013 en de hierin geraamde kostenverdelingen integraal herzien moeten worden nu de uitkomst van de uitvraag nog open is, nu de omvang van het gebouw groter is geworden en het College de bandbreedte hiervan in de uitvraag met opzet niet heeft versmald?

exploitatie

1. Het recent openbaar gemaakte Bedrijfsplan 2013 van de stichting DMC zou volgens het Raadsvoorstel geen aanpassing behoeven terwijl de huurcomponent van de hoofdgebruiker KC niet is ingevuld. Is het college met ons van mening dat dit een risico in de gemeentelijke exploitatie is wanneer de huuropbrengst feitelijk onbekend is, en zo nee waarom niet?

2. Het recent openbaar gemaakte Bedrijfsplan 2013 van de stichting DMC rekent op een op hetzelfde niveau gehouden Kunstenplansubsidie na 2016. Is het College met ons van mening dat er een groot risico is dat dit gezien de bezuinigingen op de culturele sector door rijk en gemeenten een groot exploitatierisico voor de gemeente inhoudt?

3. De gemeentelijke exploitatie van 'het gebouw' voor culturele en educatieve functies is nog niet bekend gemaakt. Wanneer we kostendekkende huur hanteren van 135 €/M2 BVO dan is dat voor het gehele gebouw van 46.700 M2 totaal 6,4 miljoen € huur per jaar (bruto aanvangsrendement van 4%). Het recent openbaar gemaakte Bedrijfsplan 2013 van de stichting DMC rekent echter met een totale huur van 1,1 miljoen €, exclusief de huur van KC. Is het College het met ons eens dat hier sprake is van ongeoorloofde staatssteun die tot op heden niet gehandhaafd werd en op welke wijze beschermt de gemeente zichzelf en de instellingen tegen de hiermee opgeroepen risicoos.

programma van eisen

1. Je zou veronderstellen dat het PvE een harde, toetsbare randvoorwaarde is voor de consortia. Het college stelt op pag 7 dat het PvE nu 'opener en geschikter is om nieuwe ontwerpen te faciliteren'. Is het College ermee eens dat het daarmee geen Programma van Eisen meer is en waarom niet?

2. Waarom moeten de huurders van DMC en DMC instemmen met een gebiedsvisie?

TECHNISCHE VRAGEN TWEEDE HELFT ALS VERZONDEN OP 8 OKTOBER

raadsvoorstel II

1. De outputspecificatie tav de gebiedsontwikkeling is ontoereikend. Welk aanwjjsbare waarborgen ziet het college in de stukken dat hier sprake is van een hoogwaardige, duurzame gebiedsontwikkeling sprake is die zodanige realisatiekansen heeft dat de

2. Welk 'gegeven plafondbedrag' gaat gegeven worden aan de marktpartijen om een kwalitatief hoogstaand onderwijs- en cultuurcomplex te ontwerpen, en is dat daadwerkelijk vooraf getoetst in een model?

3. Welk bedrag is gereserveerd voor de 'M' component in het DBM contract en voor hoeveel jaar dat wordt geborgd?

4. De 'M' in het DBM contract is een incentive voor de aanbieder om een onderhoudsarm complex te ontwerpen. De 'O' van 'Operate' ontbreekt, en de incentive geldt dus alleen de hard services (tegeltjes in plaats van witkalk op de muur om onderhoudskosten te sparen) en niet de 'soft services' (schoonmaakinspanning afgestemd op intensiviteit gebruik en slijtage). Heeft het college dit overwogen kan zij in een model aantonen waarom ze daar niet voor gekozen heeft?

5. De 'F' ontbreekt in het DBM contract, maar is doorgaans een waarborg voor het commitment voor de betrokken marktpartij, het schakelt de tucht van de bank in. Heeft het bestuur vooraf een risicoanalyse gemaakt van de verschillende aanbestedingsvormen om na te gaan of een contract zónder die 'F' even succesvol zou zijn.

6. Op welke wijze gaat de selectie van consortia in eerste ronde plaatsvinden, worden deze selectiecriteria vooraf bij de uitvraag vermeld en wanneer is de selectieleidraad hiertoe openbaar beschikbaar?

7. De uitvraag wordt vastgesteld in concurrentiegerichte dialoog met de gekozen drie consortia, waarna het aanbestedingsdossier wordt vastgesteld. Kan het College aangeven binnen welke bandbreedte afgeweken mag worden van de nu verstrekte stukken en is het college het met ons eens dat vaststelling van het aanbestedingsdossier tzt door de Raad moet gebeuren?

8. De marktconsultatie is uitgezet in juli/augustus. Zijn de consultaties (82 belangstellend, 9 ingeleverd) niettemin representatief genoeg en kan de inhoud van deze consultatie openbaar worden gemaakt omdat het College op basis hiervan de strategie kennelijk heeft aangepast (drie partijen zouden bijvoorbeeld voor de uitvraag genoeg zijn)?

9. Wordt voor de selectiefase uitdrukkelijk gezocht naar consortia waarin partijen uit het buitenland deelnemen (denk aan meertalige uitvraag)?

10. Wordt er een minimum grondprijs neergelegd voor het commerciële deel, hoe wordt deze gerealiseerd en hoe moet een partij dit knock-out-criterium hard maken dat een ander (Heijmans) deze opbrengsten daadwerkelijk kan realiseren?

11. Het niet-financiële knock-out criterium voor overschrijding van oplevering is niet duidelijk wanneer de planning in de beoordeling slechts 10% meeweegt. kan het College dit toelichten?

12. Het niet-financiële knock-out criterium voor het niet voldoen aan Programma van Eisen is niet duidelijk waar het bijvoorbeeld de mogelijkheid van renovatie van (delen) van het Lucent Danstheater van Rem Koolhaas betreft. Kan het college aangeven waar uit het Programa van Eisen blijkt dat genoemd Danstheater zou kunnen worden hergebruikt?

13. De gunningscriteria zijn niet gestaafd door uitgeschreven criteria. Kan het College aangeven welke criteria worden begrepen onder 'waarde van het ontwerp' en dan met name aspecten als hergebruik, stedelijke inpassing, schoonheid en welstand. Kan het College aangeven hoe hard eisen als duurzaamheid zijn wanneer deze bijvoorbeeld bij het VO Spuiforum zijn teruggenomen? Hoe vindt de weging van deze aspecten onderling plaats?

14. Kan het College aangeven wat met 'Bouwpartnering' wordt bedoeld en waarom dat aspect voor 10% meeweegt in de selectie?

15. De selectiecommissie lijkt te bestaan uit ambtelijke staf, huurders/gebruikers en hun adviseurs. Is het College met ons van mening dat hier een afvaardiging van de Raad gewenst is mede gezien de verkiezingsuitslag en het gemis aan draagvlak?

16. Waarom geldt de BREEAM score 'very good' niet voor de gebiedsontwikkeling en ontwikkeling van de openbare ruimte?

17. Wil het College de 'social return' ophogen naar 10 of 15% en wil ze daar middelen voor beschikbaar stelen?

18. Op basis van welke presentatie meent het College dat uit de 'presentatie' op pagina 12 het mogelijk is om een goedkoper plan te maken voor het onderwijs- en cultuurcomplex.

19. Waar is in de kostenraming de 7,2 miljoen gelaten van de oude plankosten?

20. Het 'cultuur- en onderwijscomplex' gaat van 47.600 m2 naar 48.400 m2. Toch kost het wéér minder, kan het College dat andermaal verklaren?

21. Als het Spuiforum 47600 M2 groot is en €145,2 miljoen zou kosten, dan weten we de vierkante-meter-prijs. Als we nu 48.400 M2 bouwen wat zijn dan de kosten? Bij €3109/M2 BVO zou het nieuwe budget voor 'cultuur- en onderwijscomplex' €149, 2 miljoen moeten zijn. Het verschil is dan toch 4 miljoen nadeel en niet 3 miljoen voordeel?

22. Hoeveel is gereserveerd als bijdrage in de kosten voor het maken van een VO en gebiedsvisie?

23. Heeft het College overwogen om een half jaar uit te trekken voor een meervoudige opdracht met vergoeding om de kennis en creativiteit van de markt te gebruiken om tot een consistent ambitiedocument te komen, een schetsplan in een gebiedsvisie en een exploitatiemodel ten behoeve van de financiële onderbouwing? Met een uitspraak over het gebied, de belevingswaarden, de duurzaamhedi en schoonheid? Is het College niet met ons van mening dat die procedure lucht schept voor het verwerven va draagvlak en voor een beperkter focus voor de opgave naar wat de stad op deze plek juist wel wil.

24. Welke prijs is gerekend voor de inrichting van de openbare ruimte, met name het Spuiplein? Kan het College iets zeggen over het budget dat voor het Spuiforum was overgedragen van gemeentelijke gelden inrichting openbare ruimte naar bouwkosten 'onderwijs- en cultuurcomplex'?

25. De 'extra' bebouwingsmogelijkheden aan de Schedeldoekshaven, het ruimtelijke profiel, de hiermee gepaard gaande bouwkosten, de aanwezige geluidbelasting en de gebleken onmogelijkheid om hier een behoorlijke stallings- en parkeergelegenheid te bieden lijken gedoemd te mislukken. Kan het College hiervan een haalbaarheidsonderzoek overleggen waaruit blijkt dat deze bebouwing zo aantrekkelijk wordt dat deze de genoemde meer-investering rechtvaardigt?

26. Op 15 oktober wordt gesproken over maatschappelijke effecten op grote projecten waarbij het sturen op geld, prijs en prestatie tijdens de realisatie de beoogde effecten uit beeld verdwijnen. Hoe heeft het College de zeggenschap van de Raad op dit omstreden dossier zodanig vormgegeven dat ze gedurende de aanbesteding en realisatie het project kan bijsturen?

27. Op pagina 14 stelt het College dat de gebiedsontwikkeling risicoos opnieuw moet beschouwen en passend weerstandsvermogen moet opbouwen. Waarom voorziet het College dit niet van een passend besluitvormingsproces door de Raad?

28. De risicoreserve wordt opgehoogd met €3,7 miljopen tot €7,8 miljoen en het weerstandsvermogen tot €23,5 miljoen. Is het College met ons van mening dat hiermee door de Raad naar bevoegdheid van het College het budget van 'cultuur- en onderwijscomplex' is opgehoogd van €176,6 miljoen naar €200,1 miljoen? En waarom niet?

29. Kan het College aangeven waar de kostenposten onder 'van oud naar nieuw wel zijn verwerkt nu ze hier ontbreken?

30. Waarom worden de huurpenningen van het KC 2013-2016 in nde grondexploitatie Spuikwartier opgenomen ipv die van de locatie Juliana van Stolberglaan? En is het College dan niet ook van mening dat het huidige af te stoten gebouw van het KC onderdeel zou moeten zijn van de uitvraag?

31. Onder Risicobeheersing op pagina 16 wordt de loftrompet gestoken over de projectorganisatie van de gemeente. Is het niet buitengewoon verstandig en vanzelfsprekend een delegatie van de Raad te betrekken bij dit proces onder de gebruikelijke voorwaarde als vertrouwelijkheid waar nodig, terwijl de particuliere huurders en particuliere gebruikers wel deel uitmaken van dit vertrouwelijke proces?

32. De eerder genoemde tekortkoming van onduidelijke criteria in de selectieleidraad kan leiden tot juridische procedures, waarom heeft het College dit risico niet geïdentificeerd en geraamd?

33. In het bedrijfsplan 2013 van Stichting DMC staan 275 voorstellingen opgenomen waar 'Den Haag in cijfers' spreekt van 128 voorstellingen. Er worden €1,1 miljoen inkomsten ingeboekt uit zakelijke verhuringen waarvan de aard niet duidelijk is. Kan het College aangeven Hoe groot het afbreukrisico is dat Stichting DMC de hier door haar aangegeven exploitatieambitie en bijbehorende inkomsten nbiet kan realiseren binnen de gestelde termijnen?

34. Hoe schat het College het risico in dat in 2019 het KC al dan niet onder invloed van gewijzigd onderwijsbeleid van het Rijk, de nu omschreven huurverplichting niet kan opnemen en daarmee het specifiek voor het KC toegesneden programma niet kan afnemen?

35. Als beheersmaatregel neemt de Politiek, bestuur en projectleiding nemen verantwoordleijkheid voor een strak geleid proces. Waarom wordt de politiek –College én Raad– hier dan uitgesloten? (risico 1).

36. Onzorvuldigheden in aanbesteding leiden bij een concurrentie-gerichte dialoog altijd tot juridische procedures die tenminste tot vertraging kleiden. Vergelijkbare projecten met vergelijkbare procedures kennen een aanzienlijk langere doorlooptijd. De planning is te krap en zal leiden tot vertragingen, onzorgvuldigheden in de procedure.

37. Gezien de aard en omvang van het project, gezien het krappe tijdschema, hoe kan het College stellen dat de kans op een onjuiste vertaling van de functionele eisen en ruimtelijke relaties in de outputspecificatie is 'gemiddeld' zou zijn in plaats van 'groot '? (risico 2).

38. Wanneer het weerstandsvermogen wordt toegerekend aan de grondexploitatie is dan niet sprake van verruiming budget als 'post onvoorzien'? (risico 3).

39. Vindt het College ook niet dat een valse start is gemaakt met de zorgvuldige communicatie nu in AD en Telegraaf rumoer is ontstaan over het hoogbouwbeleid van de stad, het bestemmingsplan en de 'nieuwe visie' waaronder nog geen enkel raadsbesluit zit en dat het risico dus groter is dan 'gemiddeld' (risico 4).?

40. Is het College met ons van mening dat door vroegtijdig strippen en voorslopen de haalbaarheid van hergebruik zonder argumentatie wordt verkleind, de stad met een enorme ruïne in de stad wordt opgescheept en er een enorm renteverlies ontstaat? (risico 5).

41. Is geborgd door het College dat -door deelname van de hoofdhuurder en onderhuurders aan het aanbestedingsproces– de door hen genoemde wijzigingen verruimingen en aanpassingen geen meerkosten tgv tijdsplanning en kosten-toedeling vormen en worden deze kosten direct aan betrokken partij doorberekend? (risico 6)

42. Waarom is het risico 'gemiddeld' en niet 'nihil' nu blijkt dat het College voorgeeft dat bereikbaarheid en productiehuis NDT als randvoorwaarde kunnen worden meegegeven?(risico 7)

43. Is de kostentoets te overleggen, bijvoorbeeld door BBN, die staven dat hier een 'laag' of 'gemiddeld' risico zou zijn? (risico 8)

44. Waarom wordt hier rekening gehouden met het mislukken van de 'M' in het DBM contract (denk aan succesvolle ervaringen) en hoe schat de gemeente dat risico in? (risico 8).

45. Uit de opgedane ervaringen van het Spuiforum (second opinion BBN) lijkt de kans groot dat de aanbesteding voor het hier genoemde budget mislukt. Wil het College door de 'M' te schrappen op voorhand ruimte maken om buiten de selectieleidraad om dan toch tot een overeenkomst te komen? (risico 8).

46. Bij de bouw van het Stadhuis heeft de Gemeente leergeld betaald met het faillissement van een aannemer. Waarom stelt het College het afbreukrisico door faillissement juist in deze zware tijden op 'gemiddeld' voor een project met buitengewone omvang en risicoos? (risico 10).

47. Hoe ziet de beoordelingsmatrix er uit die aan een stresstest moet worden onderworpen? (risico 11).

48. Is er nu al een reality-check gedaan op de uitkomsten van de commerciële ontwikkeling, terwijl de opbrengsten al zijn ingeboekt? ZO nee, waarom geeft het College hier dan niet een hoog risico aan? (risico 12).

49. Hoe valt te rijmen dat uiterlijk in 2012 de bouwvergunning laatste fase g'gemiddeld zeker' door heijmans wordt aangevraagd, zeker nu elders wordt gesproken van 2022?

50. Wat is de reden dat de sanering van het voormalige Ministerie overhaast wordt uitgevoerd nu herbestemming/behoud tot de onderdelen van de uitvraag behoort? En realiseert het College zich dat een gestripte, in de wind fluitende ruïne tot 2021 het stedelijk panorama zal domineren? Temeer nu de gemeente de huurderving heeft betaald? Waarom kan de exploitatie niet gewoon doorlopen tot aan de afgifte sloopvergunning.

51. Is het saneren en buiten gebruik houden van het voormalige Ministerie van Justitie, jaren voordat daadwerkelijk de bouw gestart wordt, niet in strijd met de motie 'Pas op de Plaats' die juist de kwaliteit en leefbaarheid van de binnenstadsomgeving zo lang als mogelijk wil waarborgen voor bedrijven en bewoners?

hergebruik en exploitatie

1. Waarom wordt in de outputspecificatie zo hard en letterlijk vastgehouden aan het Programma van Eisen dat hergebruik practisch uitsluit? Heeft het College ––bijvoorbeeld door de renovatievariant door een objectiever bril te bekijken– een studie gedaan naar de mogelijkheden hiervan (programma, logisitiek, flexibiliteit, architectuur, schaalbaarheid, faseerbaarheid, en kosten)?

 



x

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Over ons

Werkgroep Dooievaar

 

Alles over de Werkgroep

Volg ons

Op Facebook en Twitter